ARTICLE PARTITIF
COMPLÉTEZ:
Ik eet veel wortelen.

Veerle eet frieten.

Wij drinken teveel bier.

Ik drink vaak thee.

Drinkt men limonade?

Hij heeft geen werk.

Zij heeft geen grijze haren.

Er is werk voor iedereen.

Hij eet geen appels.

Zij wil groenten.