ARTICLE PARTITIF
COMPLÉTEZ:
Ik drink weinig cola.
Veerle drinkt geen water meer.
Wij drinken veel bier.
Ik drink soms melk.
Drinkt zij limonade?
Hij heeft wijn.
Zij heeft geen geluk.
Hij heeft geen geduld.
Hij eet frieten.
Zij wil mayonaise.